De Strafbeschikking

Sinds 2006 kennen we in Nederland de strafbeschikking. Als je een strafbaar feit hebt gepleegd kan het zijn dat je, zonder dat er een rechter aan te pas komt, een strafbeschikking ontvangt van het openbaar ministerie met bijvoorbeeld een boete, een taakstraf ofte betalen bedrag voor het slachtoffer. Via een strafbeschikking kan geen gevangenisstraf worden opgelegd.

 Doel van de strafbeschikking

Doel van de invoering van de wetten waarmee de strafbeschikking werd geïntroduceerd was het ontlasten van de rechters. Een strafbeschikking wordt door het Openbaar Ministerie vooral toegepast bij veel voorkomende strafbare feiten. Voor veel van deze strafbare feiten zijn standaard straffen van toepassing die in heel veel van de gevallen ook door rechters opgevolgd worden. Toch is het ontvangen van een strafbeschikking voor een strafbaar feit dat je gepleegd zou hebben niet altijd gunstig. Bijvoorbeeld omdat er verzachtende omstandigheden zijn die bij het opstellen van de strafbeschikking niet meegenomen zijn, omdat de opgelegde straf hoger is dan gebruikelijk is bij het gepleegde strafbare feit of omdat je zelf vindt dat je niet schuldig bent aan het strafbare feit waarvoor je een strafbeschikking hebt ontvangen.

Verzet instellen tegen strafbeschikking

Als verdachte kun je binnen 14 dagen met een brief verzet instellen tegen een strafbeschikking. Met verzet strafbeschikking geef je aan dat je het niet eens bent met de in de strafbeschikking opgelegde straf. Het openbaar minsterie heeft dan drie mogelijkheden: de zaak wordt ingetrokken, de strafbeschikking wordt aangepast of de zaak wordt doorgestuurd naar de rechter. Het kan zijn dat het openbaar ministerie dan een hogere straf eist dan in de strafbeschikking was voorgesteld en het kan zijn dat de rechter een hogere straf oplegt. Alles bij elkaar is het best een ingewikkelde materie en het is dan ook verstandig om, als je verzet wil instellen tegen een strafbeschikking, je te laten adviseren door in strafbeschikkingen gespecialiseerde advocaat.